Titel: Iphigeneia in Tauris.

Iphigeneia wordt door de legeraanvoerders geofferd om de Goden gunstig te stemmen zodat de Griekse vloot de wind in de zeilen zou krijgen om uit te varen naar Troje en de geschaakte schone Helena te bevrijden. Als zij dan in de tempel geofferd wordt, verschijnt op dat moment de Godin Diana in een wolk en voert haar mee naar Tauris. Daar zal zij als priesteres van Diana dienst doen.
Thoas, de koning van Taurië, heeft zijn zoon verloren in de oorlog en hoopt, ontheemd als hij zich voelt, in zijn paleis op een warm onthaal en huwelijk met Iphigeneia.
Er heerst een wet dat iedere vreemdeling geofferd wordt in de tempel. Maar door de aanwezigheid van Iphigeneia is dat tot nu toe niet gebeurd.
Dan komen er twee vreemdelingen aan land. Een van beiden (Orestes) is de broer van Iphigeneia zonder dat zij dit van elkaar weten. Orestes heeft een zwaar lot en wordt achtervolgd door Furiën. Hij heeft van het orakel te horen gekregen dat hij het beeld van Diana uit de tempel terug moet brengen.
In de centrale scène van het stuk ontmoeten en onthullen broer en zus zich aan elkaar. Dat brengt tevens de genezing van Orestes.
In het slot komen Thoas, Orestes en Iphigeneia tot een humaan en volbewust nieuw besluit waardoor er geen wraak wordt genomen en er geen bloed vloeit. Iphigeneia keert uiteindelijk terug naar haar geliefde Griekenland.